

THEMA: GODS NABIJHEID
De kaarsen die zijn aan gestoken symboliseren dat de overledenen hun aardse huis hebben verlaten, en zijn opgenomen in het Licht van de Eeuwige. De rode rozen die de nabestaande verbeelden. Rood als kleur voor de liefde en lijden, verdriet om de gestorvenen. De witte rozen verbeelden de overledenen, uit ons midden maar nog wel verbonden. De twee bogen met klimop betekenen dragen en steunen door Gods trouw en de gemeente.
In verbondenheid
met de Levende
die ons voorgaat
in de nacht,
die is, die was en zal zijn,
onze schuilplaats bij nood,
die ons draagt
in de palm
van zijn hand,
staan we hier
met ons verdriet.
In zijn Licht
gedenken we de gestorvenen,
gedenken we allen,
die we uit het oog
maar niet uit het hart
verloren hebben.
We zien uit
naar het Licht
dat ons verbindt
in dood en leven.